11 maart 2018
Hisse de Vries

ERVARING ANTERIEURE OVEREENKOMSTEN GEVRAAGD/KRACHTEN BUNDELEN TEGEN ONGEREMDE GEMEENTELIJKE REKENTOOLS.

Beste lezer ik loop nu tegen een bizarre gedraging van een gemeente aan.

Graag deel ik dit met andere ervaringen.

Casus. Twee buren (hierna verzoekers) die beiden in een buitengebied in een burgerwoning wonen hebben de handen in elkaar geslagen en gezamenlijk een plan ontwikkeld. Ik noem hen verder verzoekers.

Het achterste gedeelte van hun percelen heeft nog een agrarische bestemming, maar de oppervlakten zijn dermate gering dat er zich nooit meer een volwaardig agrarische bedrijf kan vestigen.

Op grond van het bestemmingsplan hebben B&W de bevoegdheid een wijzigingsplan goed te keuren waarin een uitbreiding met twee woningen mogelijk is. Een groot deel van de percelen worden daarbij als natuurterreinen ingericht en sluiten aan op het aangrenzend natuurterrein. Dit tot genoegen van de provincie.

Verzoekers willen echter drie woningen realiseren. Hiervoor is een bestemmingplanwijziging vereist. B&W willen onder voorwaarden hieraan meewerken. Of de provincie medewerking wil verlenen aan de bouw van drie woningen is nog onduidelijk (groen voor rood).

Verzoekers betalen alle kosten, de noodzakelijk onderzoeken worden dus op hun kosten uitgevoerd, evenals de opstelling van een Voorontwerpbestemmingplan. De waardedaling van de agrarische percelen naar percelen voor natuurontwikkeling , inclusief inrichting en beheer komen ook voor hun rekening.

Alvorens deze gemeente met verzoekers verder wil praten moeten de verzoekers eerst een anterieure overeenkomst ondertekenen. Daarbij draait het natuurlijk om de kosten die de gemeente in rekening wil brengen voor hun inspanningen.

Na een mondeling overleg en dringende verzoeken heeft de gemeente een inschatting van de kosten gemaakt. Die kosten wil de gemeente vastleggen in de anterieure overeenkomst waardoor verzoekers de verplichting op zich nemen dat bedrag te betalen, ook al gaan uiteindelijk de plannen niet door en ook indien verzoekers gedurende de rit zich terugtrekken.

De kosten die de gemeente wil verhalen op verzoekers komen uit op bijna € 65.000,=!!

“Het kostenoverzicht zoals nu bijgevoegd, is gebaseerd op kennis en ervaringen tot nu toe met soortgelijke plannen”, aldus de gemeente.

Ik vind dit absurd. Welke particulier kan zich nog deze kosten veroorloven? Daarbij komt dat de gemeente zelf stelt dat zij gebaat is met een bestemmingswijziging.

Waar blijft het stukje algemeen belang, waar de gemeente voor staat en waar de gemeente financieel op andere wijze in wordt voorzien?

Er wordt geen enkele inzicht in de kostenopbouw gegeven: take it or leave it.

Inmiddels heb ik een WOB-verzoek ingediend waarin ik over de afgelopen 4 jaar alle verzoeken heb opgevraagd die tot planwijziging hebben geleid, inclusief de anterieure overeenkomsten, de omvang van de wijzigingen ed.

Ik ben heel benieuwd wat jullie ervaringen zijn met anterieure overeenkomsten. Ik wil graag met anderen de krachten bundelen om deze vormen van ongeremde gemeentelijke inhaligheid te beteugelen.

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN:
14 januari 2018
Hisse de Vries

Wob, in relatie tot artikel 7:18 Awb.

Eindelijk is er duidelijkheid gekomen op de vraag die ik in augustus vorig jaar al heb opgeworpen.

In mijn blog van 1 augustus 2017 ‘Verhouding Wob-verzoeken en gebruik voor eigen procedure rechtgetrokken?’ heb ik geconstateerd dat er nog steeds geen uitspraak is van de Afdeling bestuursrecht waarbij een verzoek om informatie op grond van de Wob, maar feitelijk vallend onder artikel 7:18 Awb, ongegrond wordt verklaard.

In de uitspraak van 10 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:44 wordt die duidelijkheid wel gegeven.

Het was de zoveelste zaak over een verkeersboete, waarbij een Wob-verzoek werd ingediend om informatie te verkrijgen ten behoeve van het beroep tegen een verkeersboete.

In diverse uitspraken met betrekking tot Wob-verzoeken constateerde de Afdeling al dat 8:17 Awb het bevoegd gezag verplichtte om alle relevante informatie voor de procedure ter beschikking aan partijen te stellen. De Afdeling constateerde in al die uitspraken eveneens dat het verzoeker – een derde die dit tot zijn beroep maakte – was te doen om aanspraak te maken op dwangsommen wegens overschrijding van de termijnen bij de afhandeling van dergelijke verzoeken. Op die grond was er dan sprake van misbruik van recht.

In de uitspraak van 10 januari jl. komt er duidelijkheid.

De Afdeling overweegt dat de bevoegdheid van artikel 3 van de Wob tot het indienen van een verzoek om informatie over stukken die betrekking hebben op een opgelegde verkeersboete niet bedoeld is om binnen het kader van een tegen de boete ingestelde procedure informatie betreffende de boete te verkrijgen. Een dergelijk verzoek strekt niet ter bevordering van een goede en democratische bestuursvoering.

In deze uitspraak komt de Afdeling tot het oordeel dat in beginsel ook misbruik van de Wob wordt gemaakt indien om informatie wordt verzocht en het doel van het verzoek redelijkerwijs slechts gelegen kan zijn in het aanvechten van de verkeersboete. Dit geldt te meer, aldus de Afdeling, indien een dergelijk verzoek is gedaan door een rechtzoekende of een gemachtigde die blijk heeft gegeven veelvuldig procedures tegen het opleggen van een verkeersboete te hebben gevoerd en derhalve geacht moet worden ter zake over de nodige kennis en ervaring te beschikken zodat een dergelijk verzoek niet anders dan tegen beter weten in is gedaan. Appellant heeft geen omstandigheden aangevoerd die het aanwenden van de Wob desondanks rechtvaardigen.

Appellant heeft misbruik gemaakt van de bevoegdheid om beroep in te stellen, nu dat rechtsmiddel niet los kan worden gezien van het gebruik van de Wob.

Derhalve is het beroep door de rechtbank terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Ik vraag mij nu nog af of dit alleen moet gelden voor die rechtzoekende of gemachtigde die geacht moet worden over de nodige kennis van het voeren van procedures beschikt. Artikel 7:18 Awb heeft een ander karakter dan het doel van de Wob. En de wob is niet geschreven voor het voeren van procedures.

NB

Er is in de afgelopen jaren veel jurisprudentie ontstaan over de interpretatie van de Wob.

Wanneer is sprake van de persoonlijke levenssfeer, wat is de verhouding tot andere wetten, wanneer kan een beroep worden gedaan op het vangnet artikel voor wat betreft de uitsluitingsgronden in artikel 10, sub g?  Wanneer behoren documenten tot intern beraad? Deze en nog vele meer uitspraken komen uitgebreid aan de orde in mijn incompany cursussen actualisatie jurisprudentie Wob. Belangstelling voor een bijspijkercursus Wob? neem vrijblijvend contact met mij op.

 

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN: